Orzala

‘De mannen die ik meevroeg, hadden er geen probleem mee. Want ik was zelf ook bereid het risico te nemen. En had ik hen niet eveneens geholpen? Ik had hun vrouwen bijgestaan toen die ziek waren. Ik had hun kinderen leren lezen en schrijven. Dus als ik hen vroeg mij te vergezellen naar Afghanistan, dan deden ze dat.

Het was 1998 toen ik die vraag voor het eerst aan een kampgenoot stelde. We verlieten ons vluchtelingenverblijf in Pakistan en staken de grens over. Opeens stond ik weer op mijn geboortegrond, tien jaar nadat ik daar hals over kop met mijn ouders was vertrokken. In mijn jeugd was Afghanistan een land geweest waar talloze milities elkaar bevochten. Nu waren de Taliban aan de macht – bebaarde mannen met strenge wetten. Zo mochten vrouwen niet het huis uit zonder een nauw verwant mannelijk familielid. Vandaar mijn reispartner, die zich voordeed als mijn oom.

Stiekem

Ik kan het nu allemaal zonder angst vertellen. Want hoewel ze hun best doen om weer aan de macht te komen, werden de Taliban in 2001 verdreven. Ik kan vrijuit praten over de jaren na mijn eerste bezoek en over de beslissing die ik nam nadat ik tal van verontruste ouders had ontmoet. Zij maakten zich zorgen over het onderwijsverbod voor meisjes. Hoe moesten hun dochters zich ontwikkelen zonder opleiding? Samen met een man en een vrouw uit mijn kamp besloot ik de Humanitarian Assistance for the Women and Children of Afghanistan (HAWCA) op te richten. Ik was 21.

Vanuit Pakistan reisde ik heen en weer, met de ene ‘oom’ na de andere. HAWCA zette in verschillende Afghaanse provincies klasjes op, elk voor ongeveer tien meisjes. Ons hoofddoel was hen te leren lezen en schrijven. We zorgden voor boeken, schrijfspullen en een klein beetje geld voor de docenten. Lessen werden stiekem bij mensen thuis gehouden. Als de Taliban op de deur klopten, werd het schoolbord achter het gordijn geschoven en deed iedereen alsof hij te gast was.

Omslagpunt

Via onze eenvoudige website werd ik in 1999 uitgenodigd voor een conferentie in Italië. Het was mijn allereerste keer in Europa. Ik praatte volop over HAWCA. “Het lijkt wel een film”, zei een vrouw toen ik haar verteld had hoe wij stiekem schoolspullen het land binnen smokkelden. “Zo voelt het soms ook”, antwoordde ik. “Alsof het de werkelijkheid niet is. Wás het dat maar niet.”

Voor mij betekende de conferentie een omslagpunt. Ik ontmoette er mensen die HAWCA tot op de dag van vandaag steunen. Met nieuw verworven bijdragen konden we meer Afghaanse vrouwen en kinderen onderwijs geven. Na de val van het Talibanregime veranderden de geheime bijeenkomsten voor meisjes in vrouwencentra met elk honderden leerlingen. In 2006 moest HAWCA die centra helaas sluiten. We kregen niet voldoende financiële steun meer om de controles uit te voeren die nodig waren om donoren kwaliteit te garanderen. Inmiddels beperken we ons tot twee provincies. Hier concentreren we ons op basisvorming en alfabetisering van meisjes.

Politieagente

Voor veel vrouwen is er weinig veranderd na de Taliban. Met name op het platteland is er nog steeds veel huiselijk geweld, slechte toegang tot gezondheidszorg en onveiligheid op straat. Maar veel andere vrouwen, vooral in de grote steden, merken wel vooruitgang. Zij gaan naar winkels, universiteiten en kantoren; grijpen hun vrijheid met beide handen aan. Vrouwenrechtenorganisaties verdedigen hun belangen. Er is ook een Ministerie voor Vrouwenzaken maar die niet erg sterk. President Karzai weet dat hij moet doen alsof hij vrouwenrechten belangrijk vindt; zo behoudt hij westerse steun. Maar hij weet ook dat de streng-islamitische groepen in Afghanistan zich tegen hem keren zodra hij vrouwenrechten écht op de agenda zet.

Die groepen zijn invloedrijk. Zo saboteerden ze mijn aanwezigheid bij een grote grondwetswijzigende vergadering. Dat soort dingen is om moedeloos van te worden. Maar opgeven kan ik niet. Als is het maar omdat ik dan in een depressie schiet. Als ik niet werk komen de herinneringen aan familieleden die vermist raakten, gedood werden, moesten vluchten. Ik heb alleen maar oorlog gekend in mijn jeugd. In de mensen die ik help vind ik kracht. Laatst zag ik iemand die ooit als angstig meisje aanklopte bij ons opvangcentrum voor mishandelde vrouwen. Ze kon niet lezen of schrijven, was misbruikt en weggelopen. Bij ons vond ze veiligheid en scholing. Nu is ze politieagente: een sterke vrouw in een mannenwereld. Als ik dat zie, dan geeft me dat genoeg energie om nog heel veel jaren door te gaan.’

Orzala Ashraf, oprichtster en voorzitster van HAWCA, maakt zich sterk voor de vrouwen in Afghanistan. Vanwege veiligheid heeft Orzala aan ICCO gevraagd haar foto niet meer te publiceren.

Patricia van Delft, medewerker van ICCO, is onlangs naar Afghanistan afgereist om lokale partners te bezoeken.