Jyotsna

‘Op een dag werd ik wakker en dacht ik: “Ik moet terug naar Nepal. Terug naar mijn geboorteland.” Ik werkte in Thailand voor een vrouwenorganisatie. Nu wilde ik dat in mijn eigen land doen. Want daar had de koning de oorlog verloren en zou er een nieuwe grondwet komen. Hoe sterker het pleidooi voor vrouwenrechten in die grondwet, hoe beter.”

Ik kon aan de slag bij de Women’s Rehabilitation Centre (WOREC): een organisatie die wordt geleid door Renu Rajbhandari. Zij is een Nepalese feministe die veel respect geniet bij de vrouwen in ons land. Ze begrijpt als geen ander de context waarin zij leven. En ze geeft jonge feministen de begeleiding om die context van dichtbij te verkennen. Zo krijgen zij inzicht in de concrete problemen van vrouwen in hun land.

Kwalijk

Deze begeleiding van Renu Rajbhandari is zeldzaam in Nepal. Er zijn niet veel jonge feministen zoals ik. Wel oudere – vanaf een jaar of veertig, vijftig. De meesten lijken te zijn vergeten hun kennis en vaardigheden over te dragen aan de generaties na hen. Ik kan mij tenminste niet herinneren dat organisaties vroeger programma’s hadden om jongeren bewust te maken van het belang van vrouwenrechten. Vandaar misschien dat veel van mijn leeftijdsgenoten daar ook geen interesse in tonen. Als ze me tegenkomen, zeggen ze hardop: “Oh, daar heb je die feministe weer – wie wil er nou met haar trouwen?’.

Dat is belangrijk in Nepal: getrouwd zijn. Alsof een vrouw daar haar waarde aan ontleent. Veel van mijn familieleden vragen zich bezorgd af of ik op mijn leeftijd – ik ben 28 – nog wel een man zal vinden. En ze kijken mijn ouders erop aan dat hun enige kind nog altijd vrijgezel is. Ergens neemt mijn moeder het mijn vader ook kwalijk dat hij mij niet eens probéérde thuis te houden na mijn studie. Dat hij me aanspoorde de wereld te ontdekken en te werken. “Als zij dat wil, dan heeft ze daar recht op”, zei hij – en hij kocht een ticket voor me naar Thailand. Daar had ik mijn master Gender & Development gedaan en kon ik een baan krijgen.

Teugen

Het woord ‘feminist’ heeft in Nepal een negatieve klank. Het staat voor iemand die families kapot maakt – omdat ze geen genoegen neemt met haar traditionele rol als huisvrouw; omdat ze zelf over haar leven wil beslissen. Voor mij is die houding juist nastrevenswaardig. Het hoeft zeker niet tot een familiebreuk te leiden. Vroeger was ik een meisje dat zelf nauwelijks keuzes maakte, dat kreeg wat ze wilde. Ik kreeg een beschermde opvoeding in een stedelijk middenklasse gezin. Pas toen ik ver weg in Thailand voor mezelf moest zorgen, leerde ik het heft van mijn leven in eigen handen te nemen. Vanaf dat moment ben ik een sterke vrouw geworden.

Mijn vrienden vinden me veranderd. Ze zien hoe krachtig en zelfstandig ik de afgelopen jaren ben geworden. Dat juichen ze toe – net als het werk dat ik doe. Werk dat niet zo goed betaalt als de baan die ik had gehad als ik Business had gestudeerd in plaats van ‘Gender & Development’. Maar ook werk waar ik elke dag met volle teugen van geniet. En dat vind ik zelf belangrijker.

Schuilplaatsen

Bij WOREC leid ik twee campagnes. Eén richt zich op de bestrijding van geweld tegen vrouwen. De ander specifieker op de bescherming van mensenrechtenactivistes; vrouwen die zich en publique uitspreken tegen bijvoorbeeld verkrachting en die de daders daarvan willen aanklagen. Zij krijgen weinig tot geen medewerking van overheid en politie. Ook hebben ze voortdurend te maken met geweld en bedreigingen. In het patriarchale, op veel plekken feodale Nepal, waar de dominante cultuur stelt dat vrouwen thuis moeten blijven, is hun werk erg controversieel. Onze steun is uniek. Wij bieden hen schuilplaatsen, bemiddelen met gemeenschappen die zich tegen hen keren, en verspreiden hun boodschap via onze nationale en internationale netwerken.

Zeker

WOREC wil dat alle vrouwen zonder angst of obstakels hun stem kunnen geven bij verkiezingen. En dat ze hetzelfde aandeel krijgen in politieke besluitvorming als mannen. Rond die twee doelen verzamelen we zoveel mogelijk vrouwen. We roepen hen op geen acht te slaan op de sociale en etnische verschillen die hen scheiden. Veranderingen die ieder van hen ten goede komen – zoals een vrouwvriendelijke grondwet – zijn alleen mogelijk als alle Nepalese vrouwen zich verenigen. Dat gaat lukken, dat weet ik zeker. Misschien duurt het nog een jaar, of twee, of drie, en wellicht zal niet iedereen de strijd overleven. Maar uiteindelijk zullen de vrouwen van Nepal de vrijheid krijgen waar zij recht op hebben. Een vrijheid die hen al te lang is ontzegd.’

Jyotsna Maskay, programmamanager van WOREC, maakt zich sterk voor de vrouwen inNepal.