Colette

‘Vroeger was ik journaliste bij Radio Soleil, een radiostation dat een belangrijke rol speelde in de val van de dictatuur van president Duvalier in 1986. Sindsdien heb ik een bepaalde gevoeligheid ontwikkeld voor sociaal-maatschappelijke vraagstukken, zoals rechten van vrouwen, boeren en Haïtiaanse migranten in de Dominicaanse Republiek.

Toen ik nog bij de radio werkte, zette ik me in mijn vrije tijd al in voor de verbetering van de relatie tussen Haïtianen en Dominicanen. Die is van oudsher slecht, door allerlei historische gebeurtenissen en wederzijdse vooroordelen. De grote aantallen Haïtianen die in de Dominicaanse Republiek wonen en werken, hebben de verhoudingen geen goed gedaan. Geweld, discriminatie en racisme overheersen. Ik heb er mijn werk van gemaakt de dialoog tussen de twee volken te bevorderen.

Migranten

Met GARR – de Groupe d’Appui aux Rapatriés et Refugiés – hebben we veel mensen bewust gemaakt van de het leven en lot van Haïtiaanse migranten in de Dominicaanse Republiek. We hebben het onderwerp op de agenda gezet van zowel de Haïtiaanse als de Dominicaanse regering. Maar ook op internationaal niveau, bij de Verenigde Naties. We hebben migranten een stem gegeven. Dat is onze grootste verdienste. Maar er is nog zoveel te doen. We richten ons nu specifieker op vrouwen en jonge meisjes. Want ook zij migreren. Ze komen vaak niet goed terecht. Onderweg kunnen ze het slachtoffer worden van seksuele mishandeling en eenmaal aangekomen in de Dominicaanse Republiek komen ze vaak ongewild in de prostitutie terecht.

Ik had altijd een oppervlakkig beeld van het belang van mensenrechten in relaties tussen mensen, tussen volken, in vredesopbouw. Werken met migranten heeft mij inzicht gegeven in de omvang van de schade die kan ontstaan als mensenrechten worden genegeerd. Ik krijg motivatie als ik zie dat mensen die geen idee hadden van hun rechten en niet eens het hoofd durfden heffen, leren dat ze rechten hebben en dat ze niet alles hoeven te accepteren.

Milieu

Mijn inspiratie is Wangari Maathai. Zij kreeg in 2004 de Nobelprijs voor de Vrede voor haar inzet voor de bescherming van het milieu in Kenia. Ik ken haar niet persoonlijk, maar ik vind haar geschiedenis en de strijd die ze voert interessant. Ze laat ziet dat vrede niet alleen met politiek te maken heeft, maar met allerlei andere vraagstukken, waaronder het milieu. In Haïti wordt het milieu momenteel enorme schade berokkent. Het is één van de redenen dat mensen emigreren. Daarom wil ik me nu ook inzetten voor het behoud van het milieu. En ik wil daar graag vrouwen bij betrekken. Ik denk dat vrouwen een verschil kunnen maken. Ze hebben vaak een andere kijk op zaken dan mannen, andere ervaringen. Alleen krijgen ze tot nu toe de kans niet om die ervaringen te gebruiken om het beleid te veranderen, te verbeteren. Ze hebben in Haïti nog geen volwaardige plek in de maatschappij, zijn ondervertegenwoordigd in de regering en in instituties. Ook daar wil GARR verandering in brengen.

Vrouwen

Wangari Maathai is zelf professor aan de universiteit, maar het is haar gelukt om vrouwen van het platteland bij haar actievoering te betrekken: een moeilijk bereikbare groep. Dat spreekt mij aan. In Haïti zijn sommige groepen ook heel moeilijk te bereiken. Bijvoorbeeld de vrouwen die iedere dag beginnen en eindigen met de vraag wat ze hun kinderen nu weer te eten zullen geven. Ze zijn zó bezig met overleven dat ze nooit tijd hebben om ergens anders over na te denken. Die vrouwen behoren tot de grote groep die migreert. Daarom moeten we extra ons best doen om met hen in contact te komen. Dat is lastig. Maar als ik zie dat zoiets Wangari Maathai in Kenia lukt, geeft mij dat goede hoop.’

Colette Lespinasse, directrice van GARR, maakt zich sterk voor de vrouwen uit Haiti.